NVM Tuchtrechtspraak

17-15 RvT West

Voorlichting aan koper. Gebreken aan het gekochte. Bekendheid daarvan bij makelaar-verkoper. 
Klaagster koopt een woning die bij beklaagde in portefeuille is. Na de levering komt zij tot de ontdekking dat de kwaliteit van de keuken slecht is en dat er problemen zijn met de elektriciteit. Zij beklaagt zich daarover zonder succes bij de makelaar. Deze verklaart dat hem de problemen niet bekend zijn en dat verkoper hem daarover ook niets heeft medegedeeld.
De raad van toezicht is van oordeel dat die gebreken niet zodanig zijn dat die de makelaar sowieso hadden moeten zijn opgevallen.

 >
Download uitspraak (pdf)




De Raad van Toezicht West geeft uitspraak inzake de klacht van:

Mevrouw E. H., wonende te Z klaagster, 

contra:


B Makelaardij B.V., kantoorhoudende te Z , beklaagde,

1.  De klacht is door klaagster ingediend per mail van 16 september 2016 en doorgezonden aan de Raad op 6 oktober 2016. Het verweer is vervat in een op 2 november 2016 namens beklaagde ingediend verweerschrift en aangevuld op 1 februari 2017.

2.  De klacht is behandeld ter zitting van de Raad op 15 februari 2016. Ter zitting waren aanwezig klaagster, bijgestaan door mevrouw A, alsmede beklaagde in de persoon van de heren B en P.

3.  Mede gelet op het verhandelde ter gelegenheid van de zitting van de Raad komt de klacht van klaagster er, kort samengevat, op neer dat beklaagde tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door als makelaar bij de verkoop van de woning aan de S-ring 526 te Z niet mede te delen dat de keuken slecht was en er problemen waren met de elektriciteit.

4.  Het verweer van beklaagde houdt, kort samengevat, in dat beklaagde niet wist dat de keuken slecht zou zijn en dat er problemen zouden zijn met de elektriciteit, en op beklaagde geen mededelingsplicht rust voor gebreken die hem niet bekend zijn. Beklaagde had ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de kwaliteit van de keuken en/of de elektriciteit slecht zou zijn; de verkoper heeft hem daarover niets aangegeven.

5.  Mede gelet op het verhandelde ter zitting staat voor de Raad het navolgende vast:
a)  Beklaagde trad op als verkopend makelaar van de aan de S-ring 526 gelegen woonruimte;
b)  Klaagster en haar echtgenote waren geïnteresseerd in de woning en hebben de woning kort na een tweetal bezichtigingen gekocht;
c)  De levering heeft plaatsgevonden op 20 juni 2016;
d)  Zeer kort nadat de woning aan klaagster was geleverd heeft klaagster bij beklaagde geklaagd over de kwaliteit van de keuken en de elektriciteit in de woning.

6.  Met betrekking tot de klacht overweegt de Raad het navolgende.

7.  De Raad neemt aan dat de kwaliteit van de aanwezige keuken klaagster erg is tegengevallen. Naar het oordeel van de Raad is echter niet gebleken dat beklaagde ten tijde van de verkoop (of de levering) wist dat de kwaliteit van de keuken slecht zou zijn of de elektriciteit in de woning niet goed zou functioneren. Op beklaagde rust geen mededelingsplicht ten aanzien van hem niet bekende gebreken van de woning. Wat beklaagde niet weet, kan hij ook niet aan klaagster mededelen. De Raad ziet evenmin aanknopingspunten om aan te nemen dat beklaagde als verkopend makelaar van de gestelde gebreken aan keuken en/of elektriciteit op de hoogte had moeten zijn. Beklaagde heeft aangegeven dat hij door de verkoper van de woning een uitgebreide vragenlijst over eigenschappen van de woning heeft laten invullen, en dat daaruit ook niets blijkt van de door klaagster gestelde gebreken aan keuken en elektriciteit. De rol van beklaagde als verkopend makelaar ging naar het oordeel van de Raad in de gegeven omstandigheden niet zover dat hij zelfstandig onderzoek diende te doen naar de kwaliteit van (onderdelen van) de woning.

8. Gelet op het hiervoor gestelde is de Raad van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Uitspraak doende: verklaart de klacht ongegrond

Aldus gedaan te ‘s-Gravenhage op 22 februari 2017 door mr. A.F.L. Geerdes, voorzitter, W.F. Klap, lid en Mr. J.A. Huijgen, secretaris.