NVM Tuchtrechtspraak

17-41 RvT Noord

Aanmelden van objecten op social media. (On)collegiaal gedrag. Klacht buiten behandeling gesteld.
Een makelaar (klaagster) heeft een pand op social media gezet alvorens zij dit in het uitwisselingssysteem had opgenomen. Door een anonieme melding van een collega-makelaar bij de NVM werd zij hierop attent gemaakt. De collega had een en ander niet eerst bij haar zelf aangebracht. Zij had zich niet gerealiseerd in overtreding te zijn. Naar aanleiding van het gebeurde wil de NVM een bijeenkomst met alle plaatselijke makelaars organiseren. Een van de makelaars (beklaagde) wil hieraan niet meewerken. Het is deze makelaar die er door klaagster van wordt verdacht haar bij de NVM verlinkt te hebben, hetgeen deze ontkent. Beklaagde erkent zelf ook panden op social media gezet te hebben alvorens deze aangemeld te hebben.
Ter zitting van de raad van toezicht komen partijen overeen zich voortaan aan de regels te houden en mee te werken aan een bijeenkomst met de plaatselijke makelaars. Daarop wordt de klacht met instemming van partijen buiten behandeling gesteld.

 > Download uitspraak (pdf)



De Raad van Toezicht Noord geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

mevrouw T. J., makelaar, kantoorhoudende te B, klaagster,

tegen

de heer J. K., aangesloten bij de vereniging, kantoorhoudende te B, beklaagde.

1.     Verloop van de procedure:
1.1    Bij mail van 11 januari 2017 heeft klaagster een klacht ingediend bij de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM tegen beklaagde, een collega-makelaar. Deze klacht is bij brief van 26 februari 2017 doorgestuurd naar de Raad van Toezicht Noord.
1.2    Beklaagde heeft bij brief van 21 maart 2017 met bijlage verweer gevoerd.
1.3    Klaagster heeft bij brief van 15 april 2017 schriftelijk op dat verweer gereageerd.
1.4    Bij mail van 2 mei 2017 heeft beklaagde voorgesteld de behandeling van de klacht ter terechtzitting op te schorten.
1.5    Klaagster heeft op 3 mei 2017 gemaild dat zij het van belang acht dat de zitting doorgaat.
1.6    Ter terechtzitting van 4 mei 2017 van de Raad van Toezicht zijn verschenen klaagster, bijgestaan door haar collega-makelaar mevrouw H en beklaagde.
1.7    Partijen zijn door de Raad van Toezicht gehoord en hebben hun standpunten nader toegelicht.

2.      De feiten:
2.1    Als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de overgelegde bescheiden, voor zover niet betwist, staat tussen partijen het volgende vast.
2.2    Klaagster drijft evenals beklaagde een makelaardij in B.
2.3    In oktober 2016 is er enige discussie geweest over de wijze van werken van de vier NVM-makelaarskantoren in B. Die discussie betrof het plaatsen van aanbod op social media voordat overeenkomstig artikel 16 van het Reglement Lidmaatschap en Aansluiting aanmelding bij het uitwisselingssysteem had plaatsgevonden.
2.4     Aanleiding voor deze discussie was een anonieme melding van een collega-makelaar in B bij de NVM dat klaagster artikel 16 van het hiervoor genoemde reglement overtrad. Klaagster was hier vooraf niet op aangesproken door de betreffende collega. Zij had zich niet gerealiseerd dat zij artikel 16 van het Reglement Lidmaatschap en Aansluiting overtrad.
2.5     Naar aanleiding van die melding heeft de heer H. Boshoeve, relatiebeheerder NVM, voorgesteld een ontbijtbijeenkomst met alle vier makelaarskantoren in B te houden. Beklaagde voelde daar echter niet voor omdat hij naar zijn zeggen over niemand had geklaagd en ook geen moeite had met de werkwijze van de collega’s in het dorp. De heer Boshoeve heeft daarop ieder makelaarskantoor afzonderlijk bezocht. Bij die bezoeken heeft hij de verhouding tussen artikel 16 van het Reglement Lidmaatschap en Aansluiting en het gebruik van social media uiteengezet.

3.       De klacht:
3.1     Klaagster verwijt de beklaagde dat hij artikel 16 van het Reglement Lidmaatschap en Aansluiting heeft overtreden doordat hij onder meer in december 2016 en in januari 2017 via social media woningen te koop heeft aangeboden die nog niet waren aangemeld in het uitwisselingssysteem.
3.2     Klaagster stelt zich genoodzaakt te voelen daarover een klacht in te dienen omdat zij had begrepen dat beklaagde één van degenen was die in oktober 2016 de melding over haar bij de NVM had gedaan en beklaagde er destijds niet voor voelde om in te gaan op de uitnodiging van de heer Boshoeve voor een gezamenlijk overleg. Klaagster had daarin de collegiale verhoudingen aan de orde willen stellen. Klaagster meent dat een klacht noodzakelijk is om beklaagde te pressen zich aan de regels te houden.

4.      Het verweer:
4.1    Beklaagde erkent dat hij op social media heeft bekendgemaakt dat woningen binnenkort bij hem in de verkoop komen alvorens deze woningen aan te melden in het uitwisselingssysteem.
4.2    Beklaagde stelt zich te realiseren dat ook een bekendmaking van die inhoud en strekking voorafgaand aan een aanmelding in het uitwisselingssysteem in strijd is met artikel 16 van het Reglement Lidmaatschap en Aansluiting.  
4.3    Beklaagde stelt inmiddels op de hoogte te zijn van de mogelijkheid een woning vertrouwelijk aan te melden. De aanmelding kan dan worden gecompleteerd nadat de makelaar de beschikking heeft gekregen over alle daarvoor benodigde gegevens. Na een dergelijke vertrouwelijke aanmelding kan de makelaar de woning te koop aanbieden via social media.
4.4     Beklaagde zegt toe in het vervolg deze volgorde te zullen aanhouden. Hij doet een beroep op de collegialiteit van klaagster om de klacht in te trekken.

5.      De beoordeling van het geschil:
5.1    Ter zitting hebben partijen hun standpunten herhaald en nader toegelicht. Klaagster heeft opnieuw naar voren gebracht zich eraan te storen dat beklaagde zich achter haar rug om bij de NVM over haar heeft beklaagd terwijl hij zelf ook de regels overtreedt en een collegiaal overleg om de “lucht te klaren” heeft afgewezen.
5.2     Beklaagde herhaalt dat hij niet over klaagster bij de NVM heeft geklaagd maar zegt nu wel bereid te zijn tot een collegiaal overleg.
5.3     Partijen onderschrijven beiden dat de klacht inmiddels resultaat heeft gehad. Het heeft hun beider voorkeur om hetgeen hen verder verdeeld houdt buiten het tuchtrecht om op te lossen. Zij spreken daarom het volgende af:
a.  beiden zullen opdrachten vertrouwelijk aanmelden voordat via social media bekendheid wordt gegeven;
b.  klaagster organiseert met ondersteuning van de heer Boshoeve een collegiaal overleg voor alle NVM-makelaars in B;
c.  beklaagde zegt toe die bijeenkomst te zullen bijwonen;
d.  de afspraken worden vastgelegd in een uitspraak en klacht wordt buiten behandeling gesteld.
5.4     De Raad van Toezicht beslist dienovereenkomstig.

6.       Uitspraak:
6.1     De Raad van Toezicht stelt de klacht buiten behandeling.

Aldus beslist door de Raad van Toezicht Noord NVM, bestaande uit mr. B. van den Bosch, plaatsvervangend voorzitter, de heer R. Schoo, lid en plaatsvervangend secretaris mr. G.W. Brouwer, op 4 mei 2017.