NVM Tuchtrechtspraak

17-2626 CRvT

Beroepsgeld niet voldaan, appellant niet-ontvankelijk. 
Ondanks diverse betalingsverzoeken van de kant van de NVM heeft appellant het beroepsgeld niet voldaan. Appellant wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

>
Download uitspraak (pdf)
> Uitspraak RvT Zuid, 16-28 RvT Zuid


De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

de heer G. L., wonende te V, appellant/klager in eerste aanleg,

tegen

de heer R. B., aangesloten NVM-makelaar, kantoorhoudende te E. geïntimeerde/beklaagde in eerste aanleg.

1.    Verloop van de procedure
1.1   Bij brief van 2 november 2015 heeft appellant/klager in eerste aanleg (hierna te noemen: klager) een klacht ingediend bij de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM. Deze heeft de klacht doorgeleid naar de Raad van Toezicht Zuid. In de beslissing van 27 mei 2016, verzonden op 27 mei 2016, is op die klacht beslist. In deze beslissing is de tegen geïntimeerde/beklaagde in eerste aanleg (hierna te noemen: de makelaar) ingediende klacht ongegrond verklaard. Klager is bij e-mail van 17 juli 2016, gericht aan de informatiedesk van de NVM, van deze beslissing in hoger beroep gekomen.
1.2   De NVM heeft bij e-mail van 18 juli 2016 aan klager bericht dat het hoger beroep binnen acht weken na dagtekening van de brief waarbij een afschrift van de uitspraak is toegezonden middels schriftelijke kennisgeving dient te worden ingesteld bij het algemeen bestuur van de NVM. Daarbij is opgemerkt dat een e-mail niet wordt erkend als schriftelijke kennisgeving.
1.3   Bij brief van 13 augustus 2016, ontvangen op 16 augustus 2016, heeft klager de gronden aangevoerd waarop zijn hoger beroep is gebaseerd.
1.4   Bij brief van 25 augustus 2016 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht klager gewezen op de e-mail van de NVM van 18 juli 2016. Daarbij is aan klager bericht dat zijn brief op 16 augustus 2016 is ontvangen, terwijl de termijn van acht weken voor het instellen van het hoger beroep op 22 juli 2016 verliep. Vervolgens is aan klager meegedeeld dat de Centrale Raad van Toezicht een beslissing zal moeten nemen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Ook is aan klager meegedeeld dat het beroepsgeld € 200,- bedraagt.
1.5    De afdeling Consumentenvoorlichting heeft aan klager een factuur gestuurd voor de betaling van het beroepsgeld. Betaling van het beroepsgeld is uitgebleven. Vervolgens heeft de afdeling Consumentenvoorlichting nog op 12 september 2016, 26 september 2016 en 10 oktober 2016 een aanmaning aan klager verstuurd.
1.6    Bij brief van 18 november 2016 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht aan klager bericht dat het beroepsgeld nog niet is ontvangen door de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM. Aan klager is verzocht om binnen twee weken na dagtekening van de brief het beroepsgeld over te maken aan de NVM en de secretaris daarover te berichten. Aan klager is tevens meegedeeld dat bij niet betalen van het beroepsgeld zijn beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
1.7   De gemachtigde van klager heeft zich bij brief van 22 december 2016 tot de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht gewend en verzocht of klager alsnog het beroepsgeld mocht voldoen. In reactie hierop heeft de secretaris bij e-mail van 10 januari 2017 aan de gemachtigde van klager bericht dat klager meerdere malen is aangemaand tot betaling van het beroepsgeld, maar dat betaling is uitgebleven. Tevens is meegedeeld dat tijdens de zitting van de Centrale Raad van Toezicht op 30 januari 2017 in raadkamer een beslissing zal worden genomen over de ontvankelijkheid van het beroep van klager. 

2.     Beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1   Artikel 41 van het Reglement Tuchtrechtspraak NVM (hierna: het Reglement) bepaalt dat indien een klager in eerste aanleg hoger beroep instelt, een beroepsgeld van € 200,- is verschuldigd. Wordt dit bedrag niet binnen een door de secretaris gestelde termijn ontvangen, dan wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2.2   Ondanks meerdere betalingsverzoeken en aanmaningen heeft klager het beroepsgeld niet voldaan, terwijl aan hem is meegedeeld dat bij niet betaling van het beroepsgeld zijn beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Desondanks heeft klager het beroepsgeld niet voldaan. De Centrale Raad van Toezicht is dan ook van oordeel dat klager overeenkomstig artikel 41 van het Reglement niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.
2.3  In algemene zin overweegt de Centrale Raad van Toezicht als volgt. Wanneer een klager een klacht indient of hoger beroep instelt, wordt door de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM een factuur met betrekking tot het klacht- of beroepsgeld verstuurd, waarbij een betalingstermijn van veertien dagen wordt gesteld. De factuur wordt zowel per post als per e-mail gestuurd. Behoudens bijzondere omstandigheden, zal een partij die niet tijdig het beroepsgeld heeft voldaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 41 van het Reglement bij beslissing in raadkamer niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.4   Gelet op de inhoud van de Statuten en het Reglement komt de Centrale Raad van Toezicht tot de volgende uitspraak. 

3.     Beslissing in hoger beroep
3.1   Verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. 

Aldus gewezen te Amersfoort door mr. K.E. Mollema, voorzitter, mr. J.A. van den Berg, W. van Haselen, F.J. van der Sluijs, leden en mr. C.C. Horrevorts, lid/secretaris en ondertekend op 20 april 2017.