NVM Tuchtrechtspraak

17-2633 CRvT

Beroepsgeld niet voldaan, appellant niet-ontvankelijk. 
Klager is in hoger beroep gekomen van een uitspraak van de raad van toezicht. Het reglement Tuchtrechtspraak schrijft voor dat daarvoor beroepsgeld verschuldigd is. Als dit niet binnen de gestelde termijn wordt voldaan, heeft dat tot gevolg dat appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard. Klager/appellant is diverse malen aangeschreven het beroepsgeld te betalen, maar heeft dit niet gedaan. Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard.

>
Download uitspraak (pdf)
> Uitspraak RvT Amsterdam, 16-61 RvT Amsterdam


De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

de heer D. S., wonende te L, appellant/klager in eerste aanleg,

tegen

de heer M. H., aangesloten NVM-makelaar, kantoorhoudende te A. geïntimeerde/beklaagde in eerste aanleg.

1.     Verloop van de procedure
1.1   Bij e-mail van 11 juni 2015 heeft appellant/klager in eerste aanleg (hierna te noemen: klager) een klacht ingediend bij de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM. Deze heeft de klacht doorgeleid naar de Raad van Toezicht Amsterdam. In de beslissing van 1 september 2016, verzonden op 5 september 2016, is op die klacht beslist. In deze beslissing is de tegen geïntimeerde/beklaagde in eerste aanleg (hierna: de makelaar) ingediende klacht ongegrond verklaard. Klager is bij e-mail van 11 oktober 2016 tijdig van deze beslissing in hoger beroep gekomen.
1.2   In zijn brief van 20 november 2016 heeft klager de gronden aangevoerd waarop zijn hoger beroep is gebaseerd.
1.3   Bij brief van 1 december 2016 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht klager bericht dat uit navraag bij de NVM is gebleken dat het beroepsgeld ad € 200,- nog niet door klager was betaald. Klager is verzocht het beroepsgeld alsnog binnen twee weken na dagtekening van de brief over te maken aan de NVM en de secretaris daarover te berichten. Aan klager is tevens meegedeeld dat bij niet betalen van het beroepsgeld zijn beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
1.4   Klager heeft bij e-mail van 1 december 2016 aan het secretariaat van de Centrale Raad van Toezicht meegedeeld dat hij geen factuur van de NVM heeft ontvangen en evenmin is aangemaand. Klager heeft verzocht om verdere correspondentie per e-mail te sturen, of naar het door hem genoemde postbusadres. Hierop is door de NVM opnieuw een factuur aan klager gestuurd.
1.5   Bij e-mail van 20 december 2016 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht aan klager bericht dat het beroepsgeld nog niet is ontvangen door de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM. Aan klager is verzocht om uiterlijk 21 december 2016 per e-mail een print te sturen van de door klager gegeven betalingsopdracht, zodat kan worden vastgesteld dat het bedrag daadwerkelijk is overgemaakt. Hierop heeft klager bij e-mail van 21 december 2016 geschreven, voor zover relevant:
“Kan vrijdag een bericht sturen betreffende het beroepsgeld.”
1.6   Op 10 januari 2017 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht aan klager per e-mail bericht dat, ondanks eerdere toezeggingen door klager, het beroepsgeld niet is voldaan en dat tijdens de zitting van de Centrale Raad van Toezicht op 30 januari 2017 in raadkamer een beslissing zal worden genomen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van klager.

2.     Beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1   Artikel 41 van het Reglement Tuchtrechtspraak NVM (hierna: het Reglement) bepaalt dat indien een klager in eerste aanleg hoger beroep instelt, een beroepsgeld van € 200,- is verschuldigd. Wordt dit bedrag niet binnen een door de secretaris gestelde termijn ontvangen, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2.2   Ondanks meerdere betalingsverzoeken en aanmaningen heeft klager het beroepsgeld niet voldaan. Weliswaar is de eerste factuur en de aanmaning naar een (volgens klager) onjuist adres gestuurd, maar op 1 december 2016 heeft klager in ieder geval wel de factuur ontvangen en is hem tevens meegedeeld dat hij binnen twee weken het beroepsgeld diende te voldoen. Ook is klager erop gewezen dat bij niet betaling van het beroepsgeld zijn beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Desondanks heeft klager het beroepsgeld niet voldaan.
2.3   Bij e-mail van 10 januari 2017 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht aan klager meegedeeld dat de Centrale Raad van Toezicht eerst zal oordelen over de ontvankelijkheid van zijn klacht, nu het beroepsgeld ondanks eerdere toezeggingen niet was voldaan. Klager heeft vervolgens bij e-mail van diezelfde datum gereageerd en bericht dat de betaling hem ontschoten is vanwege gezondheidsproblemen van zowel zijn ouders als zijn broer. Echter ook na die e-mail is betaling uitgebleven. De Centrale Raad van Toezicht is dan ook van oordeel dat, nu vaststaat dat klager het beroepsgeld niet heeft voldaan, hij niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.
2.4    In algemene zin overweegt de Centrale Raad van Toezicht als volgt. Wanneer een klager een klacht indient of hoger beroep instelt, wordt door de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM een factuur met betrekking tot het klacht- of beroepsgeld verstuurd, waarbij een betalingstermijn van veertien dagen wordt gesteld. De factuur wordt zowel per post als per e-mail gestuurd. Behoudens bijzondere omstandigheden, zal een partij die niet tijdig het beroepsgeld heeft voldaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 41 van het Reglement  bij beslissing in raadkamer niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.5    Gelet op de inhoud van de Statuten en het Reglement komt de Centrale Raad van Toezicht tot de volgende uitspraak.

3.      Beslissing in hoger beroep
3.1    Verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. 

Aldus gewezen te Amersfoort door mr. K.E. Mollema, voorzitter, mr. J.A. van den Berg, W. van Haselen, F.J. van der Sluijs, leden en mr. C.C. Horrevorts, lid/secretaris en ondertekend op 20 april 2017.