NVM Tuchtrechtspraak

15-2583 CRvT herstelbeslissing

Herstelbeslissing met betrekking tot tekst uitspraak.
De makelaar is van mening dat in een eerdere beslissing van de Centrale Raad een essentieel woordje is weggevallen. De Centrale Raad neemt een herstelbeslissing.

>
Download uitspraak (pdf)
> Uitspraak Centrale Raad van Toezicht, 15-2583 CRvT
> Uitspraak Raad van Toezicht Breda, 15-37 RvT Breda



De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

G.A.P. A. wonende te E, appellante in principaal beroep/klaagster, geïntimeerde in incidenteel beroep,

tegen

M. S., aangesloten NVM-Makelaar, kantoorhoudende te B, verweerder in principaal beroep/beklaagde, appellant in incidenteel beroep.

1.    Het verzoek tot verbetering
1.1  Bij brief van 27 december 2015 heeft appellante de Centrale Raad van Toezicht verzocht om verbetering van de op 23 december 2015 in deze zaak gewezen beslissing, in deze zin dat in r.o. 8.5, vierde alinea, het woord “niet” wordt toegevoegd.
1.2  De Centrale Raad van Toezicht heeft verweerder in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.3  Bij brief van 18 januari 2016 heeft mr. A.L. van Eyk-Lubach namens verweerder bericht zich te zullen refereren aan het oordeel van de Centrale Raad van Toezicht.

2.    De beoordeling
2.1  Er is in r.o. 8.5, vierde alinea, sprake van een kennelijke verschrijving die zich leent voor eenvoudig herstel. Derhalve zal de beslissing worden verbeterd als na te melden.

3.    De beslissing
De Centrale Raad van Toezicht:
3.1  Bepaalt dat r.o. 8.5 van de op 23 december 2015 tussen appellante en verweerder gewezen beslissing, waar staat: “Onder deze omstandigheden mag van een makelaar worden verwacht dat hij de lokale ontwikkelingen met betrekking tot bestemmingsplannen volgt en voor zover een bestemmingsplan wordt gewijzigd voor een bijzonder object als de onderhavige, nagaat of het nieuwe bestemmingsplan de verkoop als woonruimte nog steeds mogelijk maakt en als dat het geval is met opdrachtgeefsters overlegt of de bestemming waarvoor het pand in de verkoop is, dient te worden gewijzigd.”
wordt gewijzigd in:
“Onder deze omstandigheden mag van een makelaar worden verwacht dat hij de lokale ontwikkelingen met betrekking tot bestemmingsplannen volgt en voor zover een bestemmingsplan wordt gewijzigd voor een bijzonder object als de onderhavige, nagaat of het nieuwe bestemmingsplan de verkoop als woonruimte nog steeds mogelijk maakt en als dat niet het geval is met opdrachtgeefsters overlegt of de bestemming waarvoor het pand in de verkoop is, dient te worden gewijzigd.”
3.2  Bepaalt dat deze beslissing wordt toegevoegd aan het origineel van de beslissing van 23 december 2015.
Aldus gewezen te Haarlem door mr. drs. D.H. de Witte, voorzitter, mr. K.E. Mollema, W. van Haselen, F.J. van der Sluijs, leden en mr. C.C. Horrevorts, lid/secretaris en ondertekend op 3 februari 2016.