NVM Tuchtrechtspraak

15-2565 CRvT

Klachtgeld niet voldaan, dus hoger beroep niet-ontvankelijk.
Klagers/appellanten zijn het niet eens met de beslissing van de raad van toezicht waarbij hun klacht ongegrond werd verklaard. Zij wensen het klachtgeld niet te voldoen. De Centrale Raad beslist daarop dat appellanten niet in hun beroep kunnen worden ontvangen.

>
Download uitspraak (pdf)
> Uitspraak RvT's-Gravenhage, 14-69 RvT 's-Gravenhage



De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

J.A. V. en L.C. G., wonende te A, appellanten,

tegen

A MAKELAARDIJ O.G., lid NVM, kantoorhoudende te A, beklaagde.

1.       Verloop van de procedure
1.1     Bij brief van 14 april 2014 hebben appellanten een klacht ingediend bij de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM. Deze heeft de klacht doorgeleid naar de Raad van Toezicht ‘s-Gravenhage. In de beslissing van 30 september 2014, verzonden op 30 september 2014, is op die klacht beslist. In deze beslissing is de tegen beklaagde ingediende klacht ongegrond verklaard.
1.2      Appellanten zijn bij brief van 26 november 2014, ontvangen op 27 november 2014, van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Bij brief van 27 november 2014 heeft de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht appellanten meegedeeld dat hoger beroep binnen acht weken na dagtekening van de brief van de secretaris van de Raad van Toezicht moet zijn ontvangen, zodat de vraag kan rijzen of door appellanten tijdig hoger beroep is ingesteld. De secretaris heeft aan appellanten te kennen gegeven dat de Centrale Raad van Toezicht daarover een beslissing zal nemen.
1.3      Bij brief van 4 december 2014 is appellanten door de afdeling Ledenservice van de NVM meegedeeld dat het beroep pas in behandeling kan worden genomen indien het beroepsgeld ad € 200,- wordt voldaan.
1.4      In hun brief van 27 december 2014 hebben appellanten de gronden aangevoerd waarop hun hoger beroep is gebaseerd.
1.5      Beklaagde heeft in haar brief van 4 februari 2015 verweer gevoerd in hoger beroep.
1.6      Bij brief van 20 maart 2015 hebben appellanten aan de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht meegedeeld dat zij het klachtgeld niet zullen voldoen en hun hoger beroep intrekken. Daarbij hebben appellanten aan de Centrale Raad van Toezicht verzocht de behandeling van de zaak op grond van artikel 44 van het Reglement Tuchtrechtspraak NVM voort te zetten.

2.       Beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1     De Ledenservice van de NVM heeft bij brief van 4 december 2014 appellanten verzocht het beroepsgeld ad € 200,- te voldoen. Daarbij is aan appellanten meegedeeld dat bij niet-tijdige betaling de Centrale Raad van Toezicht kan besluiten appellanten niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde beroep. Dit is in overeenstemming met artikel 41 van het Reglement Tuchtrechtspraak.
2.2     Appellanten hebben aan de secretaris van de Centrale Raad van Toezicht bij brief van 20 maart 2015 meegedeeld dat zij het klachtgeld niet zullen voldoen.
2.3     Nu vaststaat dat appellanten het klachtgeld niet hebben voldaan, kunnen zij niet in hun hoger beroep worden ontvangen.
2.4     Voorts acht de Centrale Raad van Toezicht geen redenen van algemeen belang aanwezig waardoor de zaak op grond van artikel 44 van het Reglement Tuchtrechtspraak ambtshalve dient te worden voortgezet.
2.5      Gelet op de inhoud van de statuten en het Reglement Tuchtrechtspraak NVM komt de Centrale Raad van Toezicht tot de volgende uitspraak.

3.      Beslissing in hoger beroep
3.1    Verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.

Aldus gewezen te Amersfoort door mr. K.E. Mollema, voorzitter, F.J. van der Sluijs, mr. J.C. Borgdorff, mr. A.L.G.R. van Grinsven, leden en mr. C.C. Horrevorts, lid/plv. secretaris en ondertekend op 9 juli 2015.